Tijdig beschermen; eerst een octrooi, dan wereldkundig maken!

Octrooibescherming is een recht waarmee de octrooihouder een ander mag verbieden zijn geoctrooieerde uitvinding te vervaardigen, te gebruiken, verhandelen, (verder) te verkopen, aan te bieden, in te voeren of in voorraad te hebben. Wanneer vraag je een octrooi aan? 

De looptijd van een octrooi is maximaal twintig jaar na indiening. De geoctrooieerde uitvinding heeft in de regel betrekking op innovaties met een ‘technisch’ karakter. Wat precies wel en niet kan worden geoctrooieerd, is afhankelijk van de lokale wetgeving. Zo is in de Verenigde Staten het mogelijk om software te octrooieren en in Europa is dit minder eenvoudig. In de Verenigde Staten zijn bv therapeutische handelingen octrooieerbaar en in Europa niet.

Een octrooi wordt verleend (bv door het Europees Octrooibureau of de US Patent and Trademark Office) voor uitvindingen die nieuw en inventief zijn. Aan het nieuwheidvereiste is voldaan als alle elementen van de uitvinding niet zijn geopenbaard in één op zich zelf staande publicatie of presentatie. Verkoop (of voor de VS zelfs alleen maar het publiekelijk aanbieden) van een product kan ook nieuwheidschadelijk zijn waardoor octrooieren later niet meer mogelijk is.

Dien daarom altijd (in tenminte een land) eerst een octrooiaanvrage in om een ‘eerste datum’ te verkrijgen. Vervolgens kan de uitvinding wereldkundig gemaakt worden, bijvoorbeeld door proefmonsters naar klanten te sturen of via een presentatie op een congres. Binnen twaalf maanden na de eerste indiening moet wel in andere landen een (vervolg)aanvraagd worden ingediend als daar het product ook beschermd moet worden. Door dan de ‘eerste datum’ te ‘claimen’ is dit wereldkundig maken van de eigen uitvinding niet schadelijk voor de octrooieerbaarheid in deze andere landen.

Het komt ook voor dat pas aan octrooibescherming wordt gedacht nadat de uitvinding openbaar is gemaakt. In de meeste landen is het dan niet meer mogelijk om een geldig octrooirecht te verkrijgen. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo kan men binnen een jaar na de eigen openbaarmaking nog een octrooi in de Verenigde Staten aanvragen. Dit kan lucratief zijn, zeker als men bedenkt dat de kosten voor een US patent aanmerkelijk lager zijn dan een vergelijkbare octrooibescherming in Europa en dat de ‘opbrengsten’ aanmerkelijk hoger kunnen zijn. Denk hierbij aan licentieopbrengsten of schadevergoedingen van inbreukmakers. Indien de uitvinding betrekking heeft op iets tastbaars, zoals een apparaat, kan men in Duitsland nog binnen 6 maanden na de eigen openbaarmaking een kortlopend octrooi (Gebrauchsmuster) aanvragen. (Michiel Cramwinckel is een Europees en Nederlands octrooigemachtigde)

 

 

Octrooibescherming-juridische-vereisten-belang



De laatste artikelen
3,6 miljoen schadevergoeding
Staatssymbolen in logo’s
STARS COFFEE
Productaansprakelijkheid Saeco en ook Philips?
Duurzaamheidclaims in reclame
Onze klanten
Volg Abcor
merkenbureau abcor op facebookmerkenbureau abcor op twitter merkenbureau abcor op linked in merkenbureau abcor op google plus
eiser
gedaagde
eiser
gedaagde

IP Kennisquiz over modellenrechten

Eiser verkoopt online haar kinderfietsen. Om haar rechten te beschermen heeft het bedrijf het design van deze fietsen vastgelegd als Uniemodel. Via een meervoudig model registreert het bedrijf in een keer 10 nieuwe uitvoeringen van haar kinderfietsen als Uniemodel. Als Gedaagde met een vergelijkbare fiets komt, volgt er een procedure. Eiser stelt onder andere inbreuk op haar modelrechten. Gedaagde stelt dat dit niet zo is. Een model moet nieuw zijn en eigen karakter hebben. Gedaagde stelt dat het model niet nieuw is omdat er diverse fietsen al stukjes te vinden zijn van dit model. Eigenlijk zijn de fietsen van gedaagde een combinatie hiervan, dus om die reden hebben de fietsen geen eigen karakter. De modellen zijn volgens gedaagde dan ook nietig. Mochten de modellen van eiser geldig zijn, dan wijkt zijn fiets voldoende af. Gedaagde stelt namelijk dat eiser in het meervoudige model bescherming heeft gevraagd voor min of meer gelijkende modellen. Blijkbaar vindt eiser dat deze modellen van elkaar afwijken om een andere algemene indruk te wekken. De fietsen van gedaagde wijken net zoveel af, dus wekken dan ook een andere algemene indruk (het zogenaamde tangwerking argument). Wie heeft er gelijk, zijn de fietsen van eiser een geldig model ondanks dat het bestaat uit al bekende aspecten uit allerlei fietsen en/of wijkt het model van gedaagde voldoende af en kan gedaagde een beroep doen op de tangwerking in verban met het meervoudig model?