Erkenning - waarom nog steeds relevant

Na bijna twee jaar komt er een einde aan mijn rol als voorzitter van de BMM. Enigszins met pijn in het hart, omdat ik natuurlijk niet al mijn doelen heb bereikt. Speerpunt in mijn werk is geweest het thema erkenning. Erkenning dat Intellectueel Eigendomsrechten cruciaal zijn voor het voortbestaan van bedrijven. Maar ook erkenning vanuit de markt dat de BMM leden, de IE advocaten, de inhouse juristen en de BMM erkend gemachtigden specialisten zijn. Om zo het kaf van het koren te kunnen scheiden, mede gezien de vele boefjes die als paddenstoelen uit de grond omhoog schieten.

 

Ook al is er nog steeds geen gemachtigdenregister, het is te hopen dat het besef in de markt gaat neerdalen dat het noodzakelijk is om te werken met specialisten. Dat BMM leden garant staan voor een kwalitatieve uitvoering van het vak. Ongeacht of hierbij de support nodig is van een IE-advocaat of een BMM erkend merkengemachtigde.

Het feit dat een ontslagen vakkenvuller zich morgen kan profileren als merkengemachtigden en als gemachtigde kan laten aantekenen bij de officiële autoriteiten is gewoon niet in het belang van de van de markt en zeker niet in het belang van het (klein) MKB en het schaadt mijn inziens de positie van het IE vak in zijn algemeenheid. Erkenning blijft daarmee een belangrijk punt, ook in de toekomst.

Erkenning van ons vak, kan echter alleen als wij als bedrijven ook het personeel de ruimte geven om te zijn wie zij zijn. Inclusiviteit is nu hot topic. Ik hoop dat wij binnen de BMM en als leden zelf daar de juiste randvoorwaarden voor scheppen zodat het personeel zich veilig voelt. Ongeacht wat iemands nationaliteit, taal, geloof, huidskleur, gender of seksuele geaardheid is.

Ik geef de BMM voorzittershamer bijzonder graag door aan Francois Uyttenhove, wetende dat hij een perfect team om zich heen heeft. Ik ben dan ook bijzonder benieuwd om te horen hoe hij vorm en uiting gaat geven aan de doelstellingen van onze vereniging. Ik dank iedereen voor het volle vertrouwen en de bijzondere fijne samenwerking afgelopen jaren en overhandig je hierbij de voorzittershamer.
(Afscheidstoespraak voorzitterschap BMM 23 maart 2023)

overige-algemeen



De laatste artikelen
Belang merkregistratie logo
Lego poppetje geldig vormmerk
DJ Djoko moet naam wijzigen
Rituals te koop bij The Body Shop?
Misleidende duurzaamheidsclaims Primark
Onze klanten
Volg Abcor
merkenbureau abcor op facebookmerkenbureau abcor op twitter merkenbureau abcor op linked in merkenbureau abcor op google plus
eiser
gedaagde
eiser
gedaagde

IP Kennisquiz: beschermingsomvang van een verwijzende handelsnaam

Ondernemer A start in 2018 een nieuw bedrijf onder de naam Mobility Next en “myrefurbishedcar.nl”. Beide handelsnamen worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Tevens wordt op 20 september 2018 de domeinnaam vastgelegd. Het bedrijf, gevestigd in Houten, biedt gebruikte, maar nog vrij nieuwe auto’s aan. De kwaliteit van deze middenklasse auto’s is vergelijkbaar met een nieuwe auto. Het gaat om duurdere occasions van net een paar jaar oud. Op 5 maart 2021 wordt de nieuwe website gelanceerd waar het bedrijf zich ook presenteert onder de naam MRCar. Die naam wordt niet ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Ondernemer B registreert op 10 mei 2021 de domeinnaam en laat de handelsnaam inschrijven bij de KvK. Dit bedrijf, gevestigd in Berlicum, verkoopt veel oudere, goedkope gebruikte auto’s. Ondernemer A stelt dat ondernemer B met de naam MRCARS inbreuk maakt op haar oudere handelsnaam MRCar. Eis: ondernemer B moet binnen 4 weken ieder gebruik van de naam MRCARS stoppen. Niet alleen de handelsnaam moet wijzigen, ook de website, het briefpapier, reclame, visitekaartjes et cetera. Daarnaast moet ondernemer B alle proceskosten betalen. Ondernemer B betwist dit. Hij stelt dat Ondernemer A geen handelsnaamrechten heeft op de naam MRCar. De naam staat namelijk niet ingeschreven bij de KvK. Op de website presenteert ondernemer A zich onder de naam My Refurbished Car. Daarnaast is de naam MRCar beschrijvend (heeft het weinig tot geen onderscheidend vermogen) en geeft het dus geen bescherming. Gelet op het totaal andere productaanbod (goedkope oude auto’s versus dure vrijwel nieuwe auto’s) en de andere regio (Houten en Berlicum liggen 50 km van elkaar) is er geen kans op verwarring. De eis moet worden afgewezen. Wie krijgt gelijk en waarom?